You are here: Home Landschapsbeheer Grazers

Grazers

Als schapenliefhebber startte Ralph zijn begrazingsprojecten met een kudde Mergellandschapen en breidde deze kudde uit met diverse andere soorten rassen om wat variatie aan te brengen.

Inmiddels heeft Ralph de kudde Mergellandschapen sinds 2015 vervangen met andere rassen zoals de Poll Dorset en de Brilschaap.

Verder heeft hij sinds 2013 een aparte groep Shropshires voor de gebieden met boomgaarden.

Het Mergelland Schaap

Het Mergellandschaap (oorspronkelijke naam Kötsjaop = kuddeschaap), dat haar oorsprong vindt op de kalkrijke mergellandgronden in Zuid-Limburg en de Belgische en Duitse grensstreek, is nooit erg talrijk geweest. De rijke Zuid-Limburgse landbouwgronden hebben altijd minder noodzaak gehad tot aanvullende bemesting zoals in Drenthe, de Veluwe en de Kempen. Door de modernisering van de landbouw nam het aantal Mergellandschapen halverwege de vorige eeuw nog verder af en was het ras bijna uitgestorven. Op initiatief van enkele enthousiaste liefhebbers van het ras werd de laatste decennia met veel inspanning het ras weer teruggefokt tot een levenskrachtige populatie.

Het Mergellandschaap is een middelgroot ongehoornd ras. Opvallend bij Mergellandschapen zijn de bruinzwart gevlekte patronen op poten en kop. De kop is lang, smal en onbewold met een iets bolle neuslijn. Andere uiterlijke kenmerken van het ras zijn de lange staart, zwarte neusspiegel en zwarte hoeven. De wollen vacht is lang en golvend. De kleur van de wol is wit tot geel. Sommige dieren zijn zwart. Het gewicht van de vacht kan wel vier kilogram zijn. Het gewicht van volwassen dieren ligt tussen de 60 en 70 kg. Het is een vrij sober schaap en daarom zeer geschikt om in te zetten op schrale gronden of in natuurgebieden.

Het Shropshire Schaap

Het meest opvallende van de Shropshire is dat zij geen boombast vreten en dat is de reden waarom ze grootschalig worden ingezet in boomgaarden in Denemarken, Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Zij eten het onkruid en gras onder de bomen. Dit fenomeen komt alleen bij raszuivere Shropshires voor en is 20 jaar geleden ontdekt. Dit middelgrote ongehoornde vleesschaap heeft een compacte, vlezige lichaamsbouw met een witte vacht. De snuit, oren en poten zijn donkerbruin tot zwart. De kop is sterk bewold. Het gewicht van volwassen rammen ligt tussen de 100 en 120 kg. Ooien wegen 70 tot 80 kilo.

Bron:
Vereniging van Speciale Schapenrassen (z.d.). Shroprshire. Geraadpleegd op 16 augustus 2013, http://www.vssschapen.nl/pages/overzicht/shropshire.php
Kühnemann, H. (2003). Schapen houden: Praktische kleinveebibliotheek. Baarn: Tirion Uitgevers bv.

top

Het Poll Dorset Schaap

De Poll (= ongehoornd) Dorset stamt af van de Dorset Horn. In Australië was de Dorset Horn een gewaardeerd maar klein ras. De horens bleken voor grootschalige houderij minder geschikt. Door gericht inkruisen van o.a. Corriedale en Ryeland is rond 1940 de Poll Dorset ontstaan. In de VS is vooral gebruik gemaakt van toevallig ongehoornde Dorset Horns.

De Poll Dorset is een veelzijdig dier. Het is zowel een vlees-, melk- als wolschaap en is interessant voor de professionele en de hobbymatige schapenhouder.
In Australië, Nieuw Zeeland en Noord-Amerika is het al het populairste ras. In Engeland staat het na de Suffolk op de tweede plaats van de raszuivere schapen. In Nederland komt het ras nog niet zo veel voor.

De Poll Dorset is middelgroot, gespierd en heeft een lang voorkomen. Het kruis is zeer ruim. De rammen kunnen met gemak een gewicht van 120 tot 150 kg bereiken; de ooien worden gemiddeld 80 kg.  Het vlees heeft een laag vetgehalte, de melk een hoge concentratie vet en eiwit.
De gestapelde wol (8 tot 10 cm) is van superieure kwaliteit. Deze wordt gebruikt voor Tweeds en is vergelijkbaar met de wol van de Suffolk.

De ooien lammeren makkelijk af. Het ras kent weinig geboorteproblemen. Het is ook een ideaal schaap voor kinderboerderijen, omdat er elk jaargetijde lammeren kunnen worden geboren.

Bron:
Vereniging van Speciale Schapenrassen (z.d.). Poll Dorset. Geraadpleegd op 1 november 2015, http://www.vssschapen.nl/pages/overzicht/poll-dorset.php
Levende Have (z.d.). Poll Dorset. Geraadpleegd op 1 november 2016, http://www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/poll-dorset

Het Galloway Rund

Galloway runderen komen oorspronkelijk uit Schotland, het is een hoornloos runderras. De vacht is typisch voor het rund, zware donkere beharing , zelfs in de oren,en  sierlijke krullen. Verkleuringen komen veel voor , zomers vooral door verbleking van de zon. Er bestaan ook grijs/witte Galloways maar deze zijn vrij onbekend in Nederland.

Door de zware beharing zijn ze in staat het hele jaar buiten te blijven en dat maakt ze uiterst geschikt om als natuurbegrazers in te zetten, zo ook in Nederland. Ze leven van het voedsel dat ze zelf vinden en worden zelden bijgevoerd. De eigenaars zullen hoogstens in zware winters bij voeren met hooi , maar dit is zelden nodig.

De Galloway is dan ook een zeer zelfredzaam runderras en past zich goed aan.
De Galloway is rustig en nieuwsgierig van karakter , ze zullen zelden aanvallen. Wel zijn ze in staat hun kudde te beschermen tegen gevaar. Voor eigenaars zijn ze makkelijker te hanteren dan Schotse Hooglanders , daar Galloways geen hoorns hebben. Hoornloosheid is een dominant gen , vroeger werd hier door fokkers op geselecteerd.

Het is een vrij klein rund, de gemiddelde schofthoogte van een koe bedraagt 120 cm en weegt ( volwassen) tussen de 450 en 600 kg. Een stier heeft de gemiddelde schofthoogte van 135 cm en weegt tussen de 600 en 900 kg. Kalfjes blijven bij hun moeder en zogen tot ze een half jaar oud zijn , dan schakelen ze over op gras en dergelijke. De Galloway heeft zelden hulp nodig bij het bevallen van haar kalf. Het laten begrazen door Galloways heeft meerdere voordelen, allereerst is het een prachtig runderras om te zien , en is vriendelijk van karakter. Het is een natuurlijke manier om landschappen te onderhouden, en de grond wordt tevens bemest , daarbij heeft het een positief effect op de diversiteit van het landschap.

top

De Boergeit

De Boergeit, die ook wel Boerbokgeit wordt genoemd, komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. De Boergeit is het meest bekende vleesras. De dieren groeien snel, en dit komt de vleesproductiviteit ten goede. Boergeiten zien we weinig in het noorden van Europa, maar wel veel meer in landen rond de Middellandse Zee. Dat komt omdat daar veel geitenvlees gegeten wordt. In noordelijkere Europese landen vormt de consumptie van geitenvlees een te verwaarlozen percentege in vergelijking met rund- en varkensvlees. Heel sporadisch wordt de Boergeit in Noord-Europa gehouden als hobbygeit, hoewel gelukkig steeds meer mensen het leuke karakter van deze dieren gaan waarderen. De Boergeit heeft veel weg van een hond. Qua uiterlijk vanwege de vriendelijke kop met hangoren, maar zeker ook vanwege de vriendelijke en volgzame aard van deze geiten.
Anders dan bij Mergellandschapen, zijn de Boergeiten niet gebonden aan een dekseizoen en kunnen het hele jaar door lammeren.

De Boergeit is een groot en gehoornd ras. Het ras heeft een sterke, vriendelijke ogende kop met een licht gebogen neusrug en wijde neusvleugels. Het voorhoofd steekt lichtelijk vooruit. De hoorns groeien eerst symmetrisch naar achteren en daarna naar buiten. De oren zijn breed en middellang afhangend. De romp is stevig gebouwd met voldoende vlees. De poten zijn sterk. Hoeven en hoorns zijn donker van kleur. De Boergeit is kortharig en het haar ligt glad aan. De geit heeft een rode tot roodbruine kop en oren. De kop heeft een duidelijke witte bles. De rest van het lichaam is wit. De overgang van rood naar wit loopt op de hals, tussen nek en schouderbladen. Het ideaal is dat de lijn van bruin naar wit vóór (boven) de schouderbladen naar de borst loopt.

Een kruidige weide met wat ruigere grassoorten wordt door geiten buitengewoon gewaardeerd. Distels en brandnetels die de schapen laten staan, worden wel door de geiten opgegeten. Daarom zijn deze geiten (in combinatie met schapen) ook ideaal om in te zetten voor de begrazing.

top

loading